Hibiscus syriacus div kleuren

De plant is bladverliezend, en kan 2 tot 3 meter hoog worden, en 2 meter breed. Er zijn ook lager blijvende cultivars verkrijgbaar, en planten die op een stam geënt zijn. Na zonnige zomers verschijnen de grote witte, blauwe, paarse, rode of roze bloemen vanaf half augustus tot soms wel in oktober. Er zijn cultivars (kweekvormen) met enkele en dubbele bloemen. De enkelbloemige planten kunnen over het algemeen wat meer vorst verdragen.

DE PLAATS IN DE TUIN

De hibiscus staat graag op een wat beschutte, zonnige plek, waar hij volop van de voorjaarszon kan profiteren. Hoe meer (ochtend)zon hij krijgt, hoe beter de knopontwikkeling later in het jaar zal zijn. In regenachtige, bewolkte zomers kan het gebeuren dar de bloemknoppen afvallen voordat ze open gaan. Staat de plant in de felle middagzon, dan kunnen de bloemen (en het blad) in warme zomers slap gaan hangen, vergelen of zelf gedeeltelijk verdorren. Komt het slechts een enkele keer voor dat de plant slap hangt, dan kan op die hete dagen wat extra gesproeid worden. Ook het afschermen met een parasol of afdekken met een laken kan dan nog wel eens helpen om schade te voorkomen. In de felle zon zal de plant minder snel groeien.

VERZORGING VAN DE HIBISCUS

Hibiscus groeit op vrijwel alle grond, zolang die maar luchtig en goed waterdoorlatend is, en flink wat humus bevat. Het meest ideaal is echter een wat lemige grond. Bij het planten moet in ieder geval het humusgehalte op peil gebracht worden. Na het (ver)planten kan het zijn dat de plant in het eerste voorjaar pas laat in het blad komt, of nauwelijks groeit. In latere jaren herstelt dit zich vanzelf, zodra het wortelgestel zich voldoende ontwikkeld heeft. Rond jonge planten moet de grond in de winter afgedekt worden met een laag blad, stro of tuinturf om de wortels te beschermen. Bij oudere planten is zo’n winterdek op zich niet meer nodig om de wortels te beschermen. Wel wordt een mulchlaag op prijs gesteld om de grond vochtig te houden. De grond rond de wortels mag nooit helemaal uitdrogen.

De plant kan last krijgen van kaliumgebrek. Symptomen hiervan zijn gele plekken op de oudere bladeren, later ook verwelkende bladranden en voortijdige bladval. Een bemesting met een kaliumhoudende kunstmest of bijvoorbeeld wat verteerde kippenmest kan dan helpen om de voedingstoestand weer op peil te brengen.

HOE MOET IK EEN HIBISCUS SNOEIEN?

Door het eerste voorjaar na aanplant alle takken tot de helft toe terug te snoeien, wordt ervoor gezorgd dat de plant zich bossig gaat vertakken. Feitelijk heeft de hibiscus geen snoei nodig. De plant ontwikkelt zich vanzelf in een mooie vorm, bij de meeste cultivars vaasvormig opgaand. Wel moeten dode en beschadigde takken verwijderd worden. De zaaddozen kunnen na de bloei blijven zitten.
Als de struik te breed wordt of anderszins uit vorm is geraakt kan er wel gesnoeid worden. Snoei bij voorkeur in maart. De hibiscus bloeit op eenjarig hout, dus op de jonge takken die zich in hetzelfde groeiseizoen ontwikkeld hebben. Is de plant alleen wat te breed of te hoog geworden, dan kunnen de jonge takken, het gedeelte dat het vorige jaar aangegroeid is, eraf geknipt worden. Moet er echt verjongd worden, dan kunnen de hoofdtakken op circa 50 cm vanaf de grond afgezaagd worden. Hij zal dan weer van onderaf gaan uitlopen. Er kan ook voor gekozen worden om dit over twee jaar te spreiden, om niet gelijk met een kale plek in de tuin geconfronteerd te worden, en om ook in het komende seizoen nog verzekerd te zijn van bloei.

Bij strenge vorst kunnen de planten wat invriezen. Zodra de plant in het voorjaar weer uitloopt kunnen de dode delen weggeknipt worden. Omdat de planten vaak geënt zijn op een onderstam van de oervorm H. syriacus, kan het gebeuren dat zich opeens takken ontwikkelen met anders gekleurde, blauwe bloemen. Omdat de onderstam sterker is dan de enttakken, moeten die afwijkende takken zo snel mogelijk bij de basis weggeknipt worden.

VERMEERDEREN VAN EEN HIBISCUS

Vaak zaait de struik zichzelf uit, en kunnen de kleine plantjes verder opgekweekt worden. De hibiscus kan ook vermeerderd worden door wortelstek. Op de wortels zijn knoppen aanwezig, waaruit zich nieuwe scheuten kunnen ontwikkelen. In het najaar wordt dan een stuk van de wortel afgesneden. De schuin afgesneden stek heeft een lengte van circa 5 cm. De grond wordt er afgespoeld, waarna de stek met één oog boven de grond in een mengsel van zand met turfmolm gestoken wordt. Gebruik van stekpoeder bevordert de beworteling en gaat de ontwikkeling van schimmels tegen. Nadat de stekken enkele weken op een beschaduwde plaats hebben gestaan en vochtig gehouden zijn, hebben zich de eerste wortels en knoppen ontwikkeld en kunnen ze opgepot of geplant worden.

ZIEKTEN EN PLAGEN (LUIZEN) VAN DE HIBISCUS

Roetdauw op Hibiscus
Een hibiscus die op de tocht of op de wind staat kan vatbaar worden voor luizenbezoek. De zwarte vlekjes op het blad van de hibiscus zijn het uiteindelijke gevolg van een aantasting door luizen (schildluis, wollige dopluis, gewone dopluis of nog een andere luizensoort) in het voorjaar. De luizen scheiden honingdauw af, en maken door hun zuigactiviteiten kleine gaatjes in het blad of de jonge stengels. De kleverige honingdauw is vervolgens een aantrekkelijke voedingsbodem voor schimmels, zoals roetdauw. Deze schimmel vormt de zwarte aanslag op het blad.
Roetdauw is lastig te verwijderen, maar kan wel bestreden worden met een middel tegen schimmels. Beter is het echter om het probleem bij de basis aan te pakken, en wat aan de luizen te doen. Een beginnende luizenaantasting is vaak redelijk te bestrijden door de luizen van het blad te vegen en dan fijn te wrijven, of door de luizen met een stevige waterstraal van de planten te spuiten. Na de tweede helft van juli verdwijnt de plaag doorgaans vanzelf. Helpt de eerder genoemde methode niet voldoende, dan kunnen de luizen bestreden worden door te spuiten met een mengsel van zeepsop en spiritus (10 liter water, 200 gram groene zeep, 1/3 liter spiritus). Tegen bladluis kan bij sterke aantasting gespoten worden met bijvoorbeeld Admire of Pyrethrum vloeibaar. De behandeling zal dan tussen begin mei en eind juni enkele malen herhaald moeten worden.